zondag 27 januari 2013

Willem Frederik Hermans: De donkere kamer van Damokles



Angst, dreiging en verraad, ongrijpbaarheid van de werkelijkheid en onkenbaarheid van de ander: in deze roman komen Hermans' centrale thema's op geraffineerde en uiterst beklemmende wijze aan bod. De donkere kamer van Damokles vertelt het verhaal van Henri Osewoudt, sigarenhandelaar te Voorschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij de verzetsman Dorbeck, die sprekend op hem lijkt op één ding na, dat hij zwart haar heeft terwijl Osewoudt blond is, en die hem opdrachten geeft die hij gewillig uitvoert. Naar aanleiding van zijn daden wordt Osewoudt gevangen genomen, komt weer vrij, pleegt een moord, nog een moord.
Na de bezetting lijkt alles zich tegen hem te keren en wordt hij gekwalificeerd als landverrader. Zich beroepen op Dorbeck blijkt onmogelijk: er is geen enkel spoor dat leidt tot deze man. Het enige dat Osewoudt heeft om de wereld Dorbecks bestaan te bewijzen is een camera met een foto van Dorbeck erin, maar ook die foto blijkt uiteindelijk niet te bestaan.
Bestaat Dorbeck echt of heeft Osewoudt hem verzonnen? Is hij Osewoudts superego? In hoeverre is Osewoudt zelf verantwoordelijk voor zijn daden? Wie ben je als iedereen je ziet als een verrader en een leugenaar, bestaat er wel zoiets als waarheid en werkelijkheid? Om dergelijke vragen gaat het in dit huiveringwekkende boek.

Dit boek is weggegeven door de Bibliotheek en ik kreeg het via mijn moeder in handen. Ik vind het een prettig geschreven boek. Zeker al je erbij stilstaat dat het in 1958 geschreven is. Alleen toen ik het verhaal uit had bleef ik met een vervelend gevoel zitten. Bestaat Dorbeck nou wel of niet? Ik heb gemerkt dat verhalen met een open einde eigenlijk heel irritant vind.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten