 |
Boekerij |
Christian kijkt door de druppels op de zijspiegel van de bus of hij zijn
vrouw al ziet. Komt ze er daar aan? Aan het begin van de straat, niet
meer dan een zwarte stip tussen de bladeren. Het lijkt op haar, de
manier waarop ze loopt: snel, agressief. Het is haar schuld, zegt hij
tegen zichzelf. Zij heeft hem hiertoe gedreven. De voet op het
gaspedaal. Hard. Hij voelt hoe de auto vooruit schiet, dwingt zichzelf
te kijken. Hij moet het zien. Er zeker van zijn dat hij haar raakt.
Christian
en Leonora zouden gelukkig moeten zijn. Ze hebben een droomhuis met
uitzicht op de fjorden en een zoon die gezond is verklaard na een lang
ziekbed. Maar ze hebben ook geheimen. Rancune, eenzaamheid en onvervulde
verlangens maken hun huwelijk kapot.
Als Leonora haar man
betrapt met een andere vrouw, stelt ze hem een ultimatum: hij verbreekt
de affaire, of zij geeft hem aan bij de politie. Want Leonora weet hoe
Christian de peperdure behandeling van hun zoon heeft betaald. Christian
ziet nog maar één uitweg: hij moet van haar af. En dus maakt hij een
radicaal besluit: hij stapt hij in zijn busje, rijdt naar Leonora’s
vaste hardlooproute en doet iets onvergeeflijks. Hij denkt dat hij
hiermee vrij is, dat alles goed komt. Maar niets kan hem voorbereiden op
de hel die op het punt staat los te barsten.
Beetje verwarrend in het begin. Later wordt duidelijk dat een oude politieagent een onopgeloste zaak bespreekt met zijn dochter. Ze wachten op het tijdstip dat zij naar de kerk gaat voor het trouwen.
Lastig dat je als agent vermoedens kan hebben hoe een zaak gelopen is, maar het niet kan bewijzen.
Is de zaak zo gelopen, of alleen in zijn idee?